Stel je speelt je derde partij van de dag bijvoorbeeld bij het NOVA college schaaktoernooi. Je hebt net twee prima partijtjes gewonnen en bent vol goede moed begonnen aan de laatste ronde van de dag. Je tegenstander, een knorrige man met een brilletje, heeft je net verrassend genoeg een kopje koffie aangeboden. Je accepteert dankbaar, want het is al een lange dag geweest en je wil scherp blijven. Je hebt een leuk variantje op het bord, dat lijkt op iets wat je vorige week nog op het bord had. Het ziet er goed voor je uit, zeker naar de laatste zet van de vriendelijke knorrepot. Je ziet een leuk stukoffer en daarmee win je een pion. Je besluit genadeloos toe te slaan en grijpt de pion van zijn damevleugel. Plotseling zit je hart in je keel, zoals de Britten zeggen. De koffie heeft niet geholpen.
 
Het is iets wat ons allemaal weleens gebeurt als schakers. Een slechte zet. Een slechte zet, een zet die ons eigenlijk helemaal niet dichter bij de winst brengt. Vaak zelfs, verder ervandaan. In dit geval kan de tegenstander het stukoffer nog verdedigen en dekt zijn paard meteen de loper. Die ouwe knar heeft ons mooi te grazen genomen. Hadden we nou maar wat rustiger gekeken, dan was dit allemaal niet gebeurd!
 
Hoe voorkomen we deze situatie in de toekomst? Want het zou je als schaker zomaar kunnen overkomen. Eigenlijk willen we dát weten. Een aantal wetenschappers heeft besloten om te kijken wanneer wij schakers slechte zetten doen. Ze hebben meer dan een miljoen partijen bij elkaar gezet en daar statistiek op losgelaten. Ze keken hoe goed de zet was en hoe lang daarover werd nagedacht. Ook keken ze hoelaat de partij werd gespeeld. De eerste ronde van het NOVA werd vergeleken met de laatste, als het ware. Veel van ons hebben vast al een voorgevoel over de uitkomst van het onderzoek. Schakers die vroeg in de ochtend spelen zijn (over het algemeen) een stuk wakkerder dan degenen die al de hele dag aan het puzzelen zijn. Dat betaalt zich uit in goede zetten, en uiteindelijk in betere partijen. Wordt er dan minder ‘goed’ nagedacht? Niet per se, het blijkt dat we na een lange dag eerder wat optimistischer worden. We worden impulsiever en denken iets korter na. 2,5% om precies te zijn. We denken 2.5% minder lang na en doen een zet die gemiddeld 2.5% slechter is. 
 
Nouja, denk je dan, dat wisten we toch al? Goed nadenken leidt tot betere zetten, logisch. Behalve die 2.5% dan. Toch is het iets dat we kunnen gebruiken. Misschien als je op de late dinsdagavond of vrijdagavond een potje speelt, dat je besluit om toch even op je handen te gaan zitten. Dat stukoffer laat je nog even achterwege en je besluit eerst maar te rokeren. Die 2.5% is dan weliswaar maar een klein beetje, maar die heb je liever wél in je voordeel. 
Het wetenschappelijke artikel verschijnt binnenkort en de teaser stond al in het dagelijkse nieuws van Science. Dat is te lezen, in het Engels, via de volgende link:
 
http://www.sciencemag.org/news/2016/12/you-make-more-risky-choices-day-wears-chess-study-suggests?utm_campaign=news_daily_2016-12-02&et_rid=73154398&et_cid=1033632

Geef een antwoord