Afgelopen dinsdag speelde ik met zwart tegen Gijsbert. Een gedenkwaardig potje, al was het alleen al omdat ik t/m zet 9 nog in mijn 5 minuten durende voorbereiding zat. Die voorbereiding was eigenlijk wel 5 minuten te kort, want ik had graag gezien dat ik juist op die negende zet was afgeweken. Toch lag het niet aan die opening dat ik de partij verloor, dat kwam pas later toen ik de kracht van twee verbonden vrijpionnen veel te veel onderschatte.

 

Na wit's zet 23. Lf5 oogt zwart in de problemen:

 

 

De loper op e6 kan niet weg, maar kan ook niet gedekt worden. Ik heb nog wel gekeken of het toren-offer op d2 kansrijk leek, maar na Lxd2 cxd2 Td1 kon ik dan wel mijn witveldige loper naar een beter veld brengen, maar stond ik ook een kwaliteit achter en zag ik niet hoe ik verder kwam. 

Ik speelde dus Lxf5 en na gxf5 had wit twee mooie vrijpionnen, elk al ondersteund door een toren en in weze was de partij toen uit. Gijsbert wist dat eenvoudig aan te tonen en won, nadat hij nog een paar van mijn flauwe trucjes ontlopen had, verdiend.

 

Toch was dat idee van het toren-offer niet verkeerd. Sterker nog: als wit het offer direct aanneemt, komt zwart gewonnen te staan.

 

 

Want in plaats van de witveldige loper weg te speler, kan ook deze geofferd worden, en speelt zwart hxg4. Na Lxe6 heeft zwart dan Lc5+ en moet wit het materiaal met rente inleveren.

 

 

Tf2 is gedwongen en kan worden opgehaald met g3 en even later heeft zwart drie pionnen voorsprong.

 

Wit mag dus op zet 24 de toren niet nemen, maar ook als (eerst) de loper wordt gepakt, blijft de computer een (lichte) voorkeur voor zwart houden. Tenminste, als deze nog steeds die Toren in laat staan en weer voor gxh4 gaat.

 

 

Want ook hier zijn de enige kansen van zwart om niet echt slecht te komen staan het teruggeven van een Toren.

De beste zet is nog Kf2 en dan dxe1D Txe1

Maar ook Te3 (Lc5+ Kf2 Tf8+) of g3 (dxe1D Txe1) zouden het hier voor zwart nog een beetje bij elkaar gehouden hebben.

 

Maar ja, dan had ik dat wel moeten zien. En toen bleek dat een enkel offer niet kansrijk leek, had ik noch de lef, noch de denkkracht om aan een dubbel offer te denken.

Geef een antwoord