Onze eerste wedstrijd in de competitie betrof een uitwedstrijd tegen Chess Society Zandvoort.Jopen. Zij spelen tegenwoordig in de kantine van de Anti-slipschool van Rob Slotemaker, hetgeen nog niet alom bekend is bij het personeel van Slotemaker, want op mijn vraag of op deze locatie ook de schaakvereniging zijn wedstrijden speelde werd ontkennend geantwoord. Het was dat er een minuut later een schaker arriveerde, of we waren alweer verder gaan zoeken.

Na een uurtje spelen zag de aanvallende stelling van Jonathan op bord 4 er gezond uit. Mick op 3 stond een pion achter en Ton op 2 en ikzelf op 1 stonden nog gelijk.
Jonathan wist zijn mogelijkheden goed uit te buiten. Een tegenaanval werd door hem  gepareerd met een manoeuvre waarbij hij een zet later met Dame x h4 insloeg voor de vijandelijke Koning. Mat was niet meer te verhinderen en dus 0-1. Een belangrijke overwinning zou later blijken.

Ondertussen had ik een centrumpion verloren en zaten er allemaal vervelende aftrekaanvallen in de stelling. Kortom, ik voorzag een zwaar avondje verdedigen.
Ton zijn stelling stond in evenwicht en hij kwam vragen of hij eventueel remise mocht aanbieden. ik zei dat ik slecht stond en Mick een pion achter, dus dat hij voor de winst moest proberen te spelen om in ieder geval als team nog kansen over te houden.

Na twee uur ploeteren, bood Mick zijn tegenstander hem remise aan. Mick overlegde en besloot het te accepteren, hij stond immers een pion achter zonder compensatie. Ton had een pion gewonnen en zoals vermeld stevende ik af op een overduidelijke nederlaag. Ondanks dat ik reeds een Toren en een pion achterstond, had ik nog wel een aanval waarvoor mijn tegenstander (Henk) telkens in de ankers moest om niet Mat te gaan. Ook nadat hij een extra Dame haalde moest hij nog verdedigen. Hij verbruikte behoorlijk wat tijd en ook de “bemoedigende”woorden van zijn teamgenote stelde Henk niet op zijn gemak. na een zet gedaan te hebben sprak zei: “Weet je dat wel zeker Henk”? Zijn antwoord was ontkennend, niets wist hij meer zeker, maar toen hij de 36e zet op tijd gedaan had en ook mijn laatste angel uit mijn spel haalde besloot ik de handdoek in de ring te werpen. Hij slaakte een zucht van verlichting.

Dus kwam het op Ton aan. Hij had nog steeds een pion voorsprong en een gevaarlijke pion op d3. Het zag er goed uit, maar de tijd tikte al aardig weg.

 Met nog een minuut of 4 op de klok schoof Ton zijn pion naar d2, waar het de Toren op e1 aanviel en tevens de Dames tegenover elkaar zette op de 3e rij. Deze zet won minimaal een Toren en nu was alleen de tijd nog een obstakel. Behoedzaam speelde Ton de partij uit, en zo wonnen we als team met 1,5 – 2,5.   

 

Geef een antwoord