Barry mocht eindelijk tegen Cees Hollaar spelen. Wat Churchill ooit in WO2 zei (dit is niet 't einde, niet 't begin van 't einde, maar slechts het einde van 't begin), ging voor deze partij niet op.
Het begin was nagenoeg 't einde, punt voor Barry.

Martin en Nico hielden 't bord lekker druk en gesloten, remise
Rolf en Rogier kwamen in een pionneneindspel terecht; aangezien beiden (naar eigen zeggen) er weinig ervaring mee hadden, werd gekozen voor de veilige remisehaven.
Leo won al spoedig kwaliteit/materiaal tegen Cees Heeremans end daarmee de partij.

Rob van Zwieten en Gijsbert gingen lange tijd gelijk op; Rob bood (zoals we van hem gewend zijn in een langere partij) remise aan, maar Gijsbert sloeg dit aanbod af en wilde lekker schaken. Dat heeft hij geweten, aangezien Rob de partij op eigen kracht naar zich toetrok.
Daarom blijf ik ook altijd propageren: "het is een interne, geef niet te vroeg remise, haal eruit wat erin zit !"

Wim Gravemaker had Outger onder zware druk over de c-lijk. Uiteindelijk moest Outger capituleren.
Mick bracht Ozden keurig vanuit de opening op; Ozden probeerde 'iets anders', maar dit pakte verkeerd uit en met 2 tempi achter was 't spoedig bekeken. Gelukkig voor Ozden kon hij 't nog rekken tot de 23ste zet.

En dan de moeder aller wedstrijden, Rob Buschman tegen zijn gabber Wim Dijkman.
Ze bestookten elkaar continu, maar dan in de vorm van remiseaanboden over en weer (weigeren en paar zetten erna zelf aanbieden).
Uiteindelijk werd er gewoon geschaakt en werd Wim midden op het bord door T+P (met hulp van pionnenhaag) mat gezet.

En…Ronald kreeg deze avond eindelijk zijn Oneven-punt op zijn ranglijstpuntensaldo bijgeschreven.

Geef een antwoord