Natuurlijk weet iedereen, wie dit zei, namelijk Andre Danican Philidor.
Deze ronde was dit duidelijk te zien in een aantal partijen. Of dit de oorzaak was van een unicum in deze competitie, aangezien er volgens mij voor 't eerst dit seizoen (en dat met 9 borden) allemaal computertaalachtige uitslagen waren (allemaal nullen en enen en de meeste enen voor zwart ook nog).
Dan nu de partijen:

“Met pionnen dient met voorzichtig om te gaan; ze kunnen niet meer terug.” (Wilhelm Steinitz)
“Ik vecht zolang mijn tegenstander een fout kan maken.” (Emanuel Lasker).

Bovenstaande citaten waren m.i. van toepassing op de partij tussen Barry (wit) en Gijsbert. Barry ging nogal onvervaard met zijn h/g-pionnen naar voren, maar er was weinig gevaar, te meer daar beiden lang rokeerden. De witte h-pion werd uiteindelijk door een van de zwarte torens verorberd en zwart ging uiteindelijk een gewonnen eindspel in met een h-vrijpion, die op promoveren stond.
Tot afgrijzen van de omstanders, trapte zwart in een laatste booby-trap van wit door te snel de laatste witte pion te pakken, waardoor wit met een Rontgenschaak de zwarte toren kon ophalen.

”Hoe ouder ik word, hoe meer ik pionnen ga waarderen.” (Paul Keres)
En dat kon Martin wel met zwart in een toreneindspel (met pionnen natuurlijk) tegen Leo.
Zwart kwam een pion achter, wit kreeg een pion op h7 (maar wel met zijn (witte) toren op h8), zwart pakte een pion terug en daarna die op h7 en hield uiteindelijk een eenzame pion over (witte koning was inmiddels oh sole mio), die kon promoveren.

“Het hele leven met één echtgenote is als een eindspel met lopers van ongelijke kleur.” (Viktor Kortschnoi)
Helaas had Rob Buschman (wit)'s tegenstander Jan beide lopers en paar vrijpionnen tegen zijn witte toren en 2 pionnen. Dit werd door Jan dan ook vakkundig naar winst geschoven.

“Schaken is voor 99% taktiek.” (R. Teichmann)
Dat ondervond Ronald (wit) tegen Ouker. In de opening leek hij in slaap gesust te worden (veel afruilen, vergezeld van een vroeg remiseaanbod van zwart (kampioensaspiraties ?)), totdat een dubbel toreneindspel bereikt werd.
Zwart wist sneaky de witte a-pion buit te maken en werd een van de twee torenparen afgeruild.
Uiteindelijk speelde zwart het enkele toreneindspel tactisch goed uit.

Wim Dijkman (wit) en Mick speelden een hele leuke wild-west partij, waarbij de gekste dingen op het bord plaatsvonden: beide koningen hele partij niet gerokeerd, h-torens afgeruild en de zwarte f/e/d pionnen rondom de zwarte koning, die uiteindelijk gingen rollen, waarbij de zwarte koning wonderwel zichzelf met hulp van zwart paard en loper goed kon beschermen.
O.a. deze zwarte pionnenrol zorgde er volgens mij voor dat wit (al in tijdnood) twee stukken verloor (danwel noodgedwongen offerde, dat heb ik niet gezien). De overgebleven witte D en T waren niet bij machtig om nog iets te doen en uiteindelijk beslisten hun zwarte collegae de partij.

“Schaken is niets voor angstige zielen.” (Wilhelm Steinitz)
En dat had Rolf (wit) goed begrepen; tegen Rob van Zwieten ging hij -ondanks achterstand van twee pionnen (ieder D,T,P)- in de aanval tegen de zwarte koning, maar die aanval verzandde uiteindelijk, mede doordat het witte paard die dapper naast de zwarte koning ging staan, werd afgevoerd naar het zwarte abattoir.

“Het spel geeft ons de genoegdoening die het leven ons onthoudt.” (Emanuel Lasker).
Zo erg zal 't niet zijn met Rogier, maar duidelijk is nog eens te meer, dat hij het spelletje heel leuk vindt.
Met wit tegen Outger was alles dichtgeschoven (alle pionnen op 't bord), maar werd wit gaandeweg wel teruggedrongen (wit paard ingemetseld op h1). Zwart duwde door en veroverde een belangrijke witte basispion op d3, daarna een stuk en daarna nog meer materiaal.
Deze keer liet Rogier zich niet mat zetten (zou hij op dat moment aan Kasparov hebben gedacht ?? "“Schaak is een mentale foltering.”) en gaf op.

”Een offer hoeft niet altijd correct te zijn maar het moet de tegenstander verwarren en bedwelmen.” (Rudolf Spielmann)
”Een offer weerlegt men het beste door het aan te nemen.” (Wilhelm Steinitz) 

Ook in de partij tussen Ton (wit) en Cees Hollaar was alles dichtgeschoven met alle pionnen nog op het bord, waarbij wit wel een zware stukkenbatterij op de h-lijn had, maar die zou pas van nut zijn met een eventuele doorbraak. Zwart kon alleen maar verdedigen en (op de koningsvleugel op een kluitje) afwachten.
Die doorbraak kwam er ook op f5.
De witspeler durfde 't deze keer wel aan om te offeren, zwart moest noodgedwongen aannemen (maar vond helaas geen weerlegging). Daarna sneed wit als een scherp mes door de (zwarte) boter.


”Ik heb nog nooit in mijn leven Frans gespeeld, aangezien dat de vervelendste van alle openingen is.” (Willem Steinitz)

Nico (zwart) schoof al direct zijn f-pion naar f5 en liet het witte speerpunt op e5 onaangetast. Na meermalen spelen van een paar reeds ontwikkelde stukken kwam hij al snel een paar tempi achter en verloor een belangrijke centrumpion.
Wit drukte zwart (die geen enkel tegenspel had met zwarte koning nog op e8) stap voor stap weg en zwart gaf in arrenmoede ook nog eens zijn h-toren cadeau.
Een off-day voor Nico, mede ingegeven door overlijden van zijn trouwe (oude) hond.

Geef een antwoord