Als je de eerste drie ronden verliest, dan weet je dat je mag vechten tegen het degradatiespook. Met nog twee ronden te gaan was het lot van het 1e nog steeds heel ‘shaky’ om meerdere redenen. Allereerst vanwege de invallers, of beter gezegd vanwege de uitvallers. Mick, Bryan en Ahnaf waren verhinderd. Daarnaast moesten we nog tegen de gedoodverfde kampioen HWP 2. Een zeer sterk team met veel 2100 spelers. Op de website van HWP schreef Richard Duijn: “Zijn er scenario’s waar het nog fout kan gaan? Niet echt, zelfs als HWP2 de komende ronde verliest met 6-2 en (….)” . Dat was dus de ronde waarin wij mochten aantreden en guess what?
Meestal is rating een goede voorspeller, in dat geval hadden we ongeveer met 5-3 moeten verliezen want de gemiddelde rating van HWP 2 was2124 tegenover die van Santpoort met 2038.
Met bijna 100 rating gemiddeld minder leek het alsof het een soort David-Goliath wedstrijd was. Maar vanaf het prille begin had ik het gevoel dat het wel eens anders zou kunnen lopen. Iedereen stond zeer behoorlijk.
Dave speelde met wit tegen Jan Willem van Prooijen en werd al vroeg verrast door een voor hem onbekende opening. Het kostte even tijd om op bekender terrein te komen maar het voordeel bleef voor Dave. Zwart besloot zijn paard te ruilen voor de witveldige loper maar daardoor kreeg wit een sterk centrum. Bovendien hield Dave de mogelijkheid om de zwarte lopers af te ruilen wanneer het hem uitkwam. Dat gebeurde dus en de positie van zwart was lastig omdat er niet een duidelijk plan was. Toen zijn tegenstander daarin een onnauwkeurigheid beging, greep Dave zijn kans. Het centrum werd opengebroken en zijn stukken kwamen met dreigingen naar actieve velden. Vanaf dat moment ging het snel: de zwarte stelling brokkelde af en bleek uiteindelijk niet meer te redden. Met een mooie combinatie werd het afgemaakt (1).
Peter kreeg groot voordeel in de opening en kon al snel de killer move uitdelen, miste die volledig, bleef gewonnen staan na een onnauwkeurigheid van wit. Maar in tijdnood liet hij wit glippen door eeuwig schaak toe te laten (0,5).
Menno speelde met zwart op bord vier tegen een zware tegenstander. Het bleek een partij waar alles meezat. We kwamen in een voor ons beiden onbekende opbouw terecht. Ik stond solide, maar mijn tegenstander had meer ontwikkeling. Ik kon mijn twee pionnen maar op één manier dekken, dus de koning naar c7. Ik kon vervolgens maar op één manier een plan van mijn tegenstander met e4-e5 tegenhouden. Dus speelde de enige zet. Zo ging het eigenlijk de hele tijd en pardoes stond ik prachtig. In het eindspel de verste vrijpion wat door doorslag gaf. Alles viel op z’n plek. Soms zit het gewoon mee (1).
Ingmar speelde op bord 8 met de zwarte stukken, hij kwam al snel een pion voor in de opening, en er leek geen vuiltje aan de lucht. Pion 2 kwam ook vrij snel doordat wit ruimte wilde, maar dat bleek het niet beter te maken voor wit. Ingmar wilde het punt binnenhalen, maar dat was niet de juiste voortzetting, waardoor wit beter kwam te staan. Gelukkig kreeg Ingmar wel de kans om te herstellen, en met heel veel schaakjes van wit, nog de overwinning naar zicht toe te trekken (1)
Mike zat achter de zwarte stukken en kreeg een ambitieloze bestrijding van zijn opening tegen zich. Beide partijen kende de opening goed, maar zwart ging met een heel klein plusje het middenspel in. Even later in het eindspel is de stand gelijk, maar heeft Mike wel de twee typische damevleugel-pionnen tegenover eentje van wit op de damevleugel. Richting het einde van een goede partij speelt Mike ineens een grafzet waarmee een pion verloren gaat en de stand meteen volkomen hopeloos was (0).
Jelle kwam minder uit de opening en had moeite met zijn stukken ontwikkelen. Na wat langzaam en defensief geschuifel kon hij zonder te veel schade consolideren en kwam hij weer gelijk te staan. Toen Jelle dacht dat hij een pionnetje kon winnen had zwart een tactisch trucje om deze terug te winnen. Wat overbleef was een paard en loper voor Jelle en voor zijn tegenstander een toren en wat pionnen voor beiden. De pionnen van zwart waren sterker waardoor een foutje van Jelle hij verloren kwam te staan. Gelukkig voor hem maakte zijn tegenstander ook een foutje en kon Jelle met zijn loper en paard een barricade maken om de voortgang van de toren en de pionnen te stoppen. Na wat geruil van de stukken en pionnen bleven er alleen twee koningen op het bord (0,5).
Martijn kreeg een bekende opening op het bord, terwijl zijn tegenstander deze niet kende. Dit leidde tot een grote tijdsvoorsprong. Op zet 13 maakte de tegenstander een blunder, waardoor de partij direct verloren was voor zwart. Martijn had de partij vervolgens sneller kunnen beslissen. Op zet 37 kreeg zijn tegenstander nog een kans om de stelling gelijk te trekken, maar dit werd gemist. Enkele zetten later was de partij definitief voorbij (1).
Seréyo koos i.t.t. zijn normale opening eens voor wat anders en dat pakte niet verkeerd uit. Met een kleine plus het middenspel in waarin wit aanvalskansen had. Zijn tegenstander verdedigde echter goed en kreeg zelfs flink wat tegenspel. In de tijdnoodfase won Seréyo een kwaliteit en ondanks vele aanvalspogingen van zijn tegenstander kon Seréyo uiteindelijk het punt binnenslepen (1).