Santpoort
mocht zijn eerste thuiswedstrijd aantreden tegen het sterke DD. Met twee GM’s
in de gelederen weet je dat het sowieso lastig gaat worden. Maar goed, wij
hebben onze troefkaart Harmen, dus we hebben altijd hoop.
We misten Daan die ergens liep te drummen, maar in de middag wel als
toeschouwer werd gesignaleerd. Hopelijk kon hij troost brengen aan zijn broer
Bas die toen zich reeds verslikt had.


Vanaf het begin zag het er al niet lekker uit. Nu is Santpoort 1 dat inmiddels
wel gewend en de eerste nul die we moesten incasseren was natuurlijk
ingecalculeerd. Rob verloor vrij kansloos tegen GM Petar Arnaudov. Met zwart
speelde Rob een merkwaardige opening waar ik de naam nog van moet ontdekken en
de GM liep er m.i. te soepel doorheen. Een vrijpion op d6 verlamde de zwarte
stand en onze nul stond snel op het scorebord. (0-1). Ikzelf speelde tegen een
oude bekende, Rogier van Egmond, waar ik al verschillende partijen mee heb
gespeeld. Leek in de opening iets te krijgen, het werd ook iets, deed het op een
bepaald moment niet nauwkeurig en gooide veel van het voordeel weg en toen mijn
tegenstander op een goed moment remise aanbod, wilde ik vanzelfsprekend
doorspelen. Zit immers niet voor niets aan bord 8. Maar kon geen goed plan
bedenken voor wit. Ken mezelf dan: dan wordt het tijdnood en dan gaat het
niveau richting de 1200. Remise dus met pijn in het hart geaccepteerd.
(0,5-1,5).


Stefan mocht het opnemen tegen mijn generatiegenoot GM John van der Wiel met
wie ik ooit de degens kruiste in het Nederlands jeugdkampioenschap. Dat dit
geen partij met gelijke kansen zou worden, zou duidelijk zijn. Toch gebeurde er
vreemde dingen. Eerlijk is eerlijk, Stefan werd vanuit de opening weggespeeld
met simpele middelen. Maar daar waar John had moeten oogsten, liet hij alles
los en kon in feite opnieuw beginnen. Het  voordeel van Van der Wiel van 3.60 liep ineens terug
naar 0,00. Maar het was nog geen remise. Ineens deed Stefan weer mee. Toch zat wit
(Stefan) net iets aan de verkeerde kant van het evenwicht. De zwarte stand was
gemakkelijker te spelen. Stefan kon het goede plan niet vinden om dat evenwicht
te vinden en moest de nederlaag accepteren. (0,5-2,5). Maar dit waren de twee
nullen waar we rekening mee hadden gehouden.  

 

Onze staartborden moesten dit gaan
compenseren. Daarin slaagde Harmen met zwart als eerste. Zijn tegenstander ruilde
alles af wat hem werd aangeboden. Maar de remise voor wit kwam bepaald niet
dichterbij. Harmen’s eindspelvoordeel werd steeds groter. Eerst het Loperpaar, daarna
omgewisseld voor een Toreneindspel met een zwakke pion voor wit op d3 en dan
ook nog eens afwikkelen naar een gewonnen pionneneindspel vanwege de verste
vrijpion was een knap staaltje techniek (1,5-2,5).  
Martijn kwam gemakkelijk uit de opening met zwart. Kon rustig positioneel de
druk vergroten. Ook hij kwam in een Toreneindspel wat al niet goed meer te
houden was voor wit. Dat ging soepel uit en een gemakkelijk punt werd binnen
gehaald (2,5-2,5).


Dan wordt het natuurlijk spannend. We hadden nu goede hoop op een overwinning.
Bas stond beter, inmiddels een stuk voor tegen twee pionnen maar technische
lastig. En WL? Was aan het rommelen met een pion achter maar ik vreesde nergens
echt voor zijn leven. Wel bij Hans, zijn stukoffer was noodgedwongen en in
feite niet goed. Wit had op meerdere manieren kunnen winnen of groot voordeel
weten te bereiken maar zijn tegenstander ging telkenmale in de denktank.


Dan zie je dat de druk van de klok ook een mentale hardheid van elke schaker
vraagt. Niet elke partij loopt immers ‘logisch’ af. Allereerst Hans. In een wat
onregelmatige opening kwam hij heel behoorlijk te staan, ,maar door een paar
onnauwkeurigheden moest hij aan de noodrem trekken: stukoffer voor twee
pionnen. Wat rommelkansen, maar wit moest dat gewoon gaan winnen. Maar zijn
tegenstander verbruikte zeeën van tijd, liet op een paar momenten na de
doodklap uit te delen en dan begin je als teamleider toch weer hoop te krijgen.
Toen ik net bij WL zat te kijken, liep Hans voorbij en meldde dat hij gewonnen
had. Zijn tegenstander was op de 31e (!) zet door zijn vlag gegaan.
Dat was een flinke opsteker: ineens stonden we voor (3,5-2,5).


Wim Laurens speelde een onnavolgbare partij: laat met wit een dubbelpion toe op
e3, verliest een pion en begint pas dan ècht te schaken. Is dan echt wakker en
dan zie je dat hij handig en oplettend is. Ik had er alle vertrouwen in dat hij
ging winnen ondanks dat de stand objectief nog steeds onduidelijk was. De
gehele partij stond WL minder, soms gelijk en dan duidelijk minder maar de
zwartspeler maakt één grote fout, op de 40e zet, en het is over en
uit. WL laat het punt dan niet meer glippen en brengt twee belangrijke matchpunten
binnen (4,5-2,5).


Dan is alleen Bas nog over. Stond goed in de opening, retourneerde soms dat
voordeel, maar kwam uiteindelijk steeds beter te staan en in wederzijds
tijdnood kreeg hij beslissend voordeel. Liet na om zwart direct tot overgave te
dwingen, kwam in een technisch gewonnen stand, maar dan begint de klok en
andere dingen als vermoeidheid een rol te spelen. Bas wist deze technische klus
niet goed te klaren, zijn tegenstander wist zijn stuk terug te winnen. Het was
nu Bas die remise moest maken en kon maken. Hij miste dat en het resterende Toreneindspel
(alweer!) was op één tempo verloren. Zuur maar wel een zeer leerzame partij.
(4,5-3,5).
De eerste twee matchpunten zijn binnen. 

Geef een antwoord