De wedstrijd begon apart: voordat ik mijn koffie ging halen (na een half spelen) stond Ilias volkomen gewonnen. Zijn tegenstander kan weliswaar goed vluggeren maar bordschaak is geen vluggertje. In razend tempo stond zwart volkomen verloren: eerst een stuk en daarna een Toren achter. Niets om trots op te zijn en eigenlijk heel pijnlijk zowel voor de betrokken persoon als voor zijn clubleden. Ilias kon zich aan zijn Griekse woordjes gaan wijden. (1-0).

  

Rob speelde een opening die wij hier thuis niet helemaal serieus nemen, en waarschijnlijk terecht. Een inferieure opening met wat quasi agressieve trekjes maar met positionele zwaktes. Toch had de opening niets met het eindresultaat te maken. Rob kwam er goed uit, won zelfs een pion en toen hij zijn machtige paard op e5 plantte die de witte loper op e2 veruit superieur was had ik het punt al geteld. Maar toen ging er van alles mis. De doorbraak van wit (c5-c6) werd niet nauwkeurig opgevangen en na een enorme blunder van Rob (stukverlies) kon hij zijn eerste volledige onnodige nul laten aantekenen (1-1).

  

Mijn partij kende een merkwaardig verloop. Mijn tegenstander koos voor een onbekende opening en als ik me iets meer in de stelling had verdiept dan had ik vanuit de opening groot voordeel kunnen bereiken. Dat was niet aan mij besteed waarna ik eerder had moest werken om de balans te herstellen. Dat lukte, een klein voordeeltje werd behaald, de d-lijn verdubbeld. Maar juist toen verdedigde Paul de Rooi zich uitstekend, zijn …g5! was voor mij een verrassing. Het feit dat hij de zet a tempo speelde geeft aan hoe sterk De Rooi geweest moet zijn in zijn iets jongere jaren. Ik offerde een pion maar wist onder druk van de klok de optimale zet niet te vinden en moest toen eigenlijk schaak houden. Daar voelde ik niet veel voor en wist uiteindelijk mijn tegenstander te truccen. Of tructe hij zichzelf? Had hij de betere zet gespeeld had ik een volle pion achter gestaan en slecht gestaan (2 -1).

  

Martijn zat positioneel te spelen en zijn tegenstander was bezig met een aanval op te zetten en hield zich niet met positiespel bezig. Na zijn pijn-aan-de-ogen-aandoende zet h4?? gaf hij alle velden weg. Eerst kwam er een zwart Paard op g4, daarna op h5 die dood en verderf zaaiden in de witte stelling. Wit heeft nooit meer aangevallen en heeft zich tot de klok van drieën mogen verdedigen. Maar slaagde daar niet meer in. De witte stelling was kapot en viel niet meer te repareren. Martijn schoof het bekwaam uit (3-1).

  

Xander speelde met zwart tegen een jeugdspeler die weliswaar geen openingen kende maar toch redelijk de boel opbouwde, hoewel zijn Loper op e3 met een pion op e2 niet lekker aanvoelde. Toen wit 1. d5-d6 speelde om de witte Loper naar a8 te laten kijken, was hij vergeten dat na1.  …ed6:    2. La8:  Da8:  er zowel een Toren op h1 hing, als een loper op c5. vanaf dat moment kon Xander de partij op techniek uitschuiven (4 -1).

  

Wim Laurens kon laten zien dat hij zijn openingshuiswerk had gedaan. Na een kortsluiting in de eerste ronde met een bepaalde variant, kreeg hij nu de kans op herstel. En die kwam er. Hij speelde de opening met wit prima. Zwart wist zich niet goed op te stellen en toen de witte pionnen gevaarlijk op kwamen zetten en zwart daar geen paraat antwoord op had, was het pleit snel beslecht (5-1).

  

Wim speelde zijn bekende kruip-door-sluip-door-schaak. Schaak wat moeilijk te doorgronden is als je als achteloze belangstellende een blik werpt. Allemaal subtiliteitjes zijn aan de orde, welke pion fungeert als breker, welke toren moet naar d1, enzovoorts. Hij speelt dat type schaak graag en zijn tegenstander lijkt lange tijd acceptabel te staan. Maar het bleek in de analyse dat zwart al heel lang passief stond en langzaam naar het schavot werd geschoven. Klasse van Wim hoe hij steevast aanstuurde op een gewonnen Lopereindspel. Zwart werd uitgetempeerd en moest opgeven in een verloren pionneneindspel. Een uitstekende partij (6-1).

  

En daarmee was Piet alleen nog over. Dat was aanvankelijk een scherpe strijd waarin beide partijen elkaar in evenwicht hielden, hoewel ik ook zag dat Piet wel een pion voor stond. Helemaal zeker was ik niet van de witte compensatie. Bij de analyse van mijn eigen partij hoorde ik dat tegenstander Paul Spruit een blunder had begaan die hem op een kwaliteit en een pion achterstand bracht. Hoewel de technische fase nog relatief veel tijd in beslag nam, werd het natuurlijk nergens meer spannend en bekwaamde Piet zich netjes van zijn taak (7-1).

  

Na onze maaltijd in het Polderhuis en was gesnelschaakt te hebben, ging iedereen huiswaarts. Rond de klok van 20.30 bleek dat we kampioen waren geworden! HWP 2 – onze laatste concurrent- verloor met grote cijfers van KC 4, zodat wij met twee ronden te gaan, 4 matchpunten voorstaan en 17 bordpunten. Een onoverbrugbare kloof dus. We mogen ons gaan opmaken voor de 3e klasse. Eerst maar even genieten van wat is bereikt!

Geef een antwoord