De laatste ronde in klasse 6F, deze ronde konden we kampioen worden. De winst of een gelijkspel zou het kampioenschap garanderen, bij een eventueel verlies waren we afhankelijk van het resultaat van Assendelft 1 tegen Purmerend 3. We stonden 2 matchpunten en 3 bordpunten boven Assendelft 1. Uitgaande van onze eigen kwaliteiten en het ratingoverwicht dat we hadden begonnen we vol goede moed aan de match tegen HWP Haarlem 6. Na de eerste paar resultaten ging het redelijk gelijk op; 1-0 voor, 1-1 gelijk, 2-1 achter, 2-2 gelijk. Al snel werd helaas duidelijk dat de winst, of een eventueel gelijkspel, niet echt meer haalbaar waren. Van de laatste 4 borden gingen er 2 verloren en werden er 2 remise. We hadden 5-3 verloren, en dus ons kampioenschap niet meer in eigen hand. Het was dus afwachten wat Assendelft 1 zou doen. Vanwege het hogere aantal bordpunten dat wij hadden, en het feit dat we van Assendelft 1 hadden gewonnen, zou het voldoende zijn als Assendelft met 6-2 zou winnen, maar geen half puntje meer…
Voorafgaand aan deze match hadden we al met een groot gedeelte van het team afgesproken om na de match ergens wat te gaan eten; om het seizoen af te sluiten en het eventuele kampioenschap te vieren. Niet wetend met welke sfeer we aan tafel zouden zitten vertrokken we richting het restaurant. Aldaar werd contact gezocht met de teamcaptain van Purmerend 3 (niet met die van Assendelft 1, want dan zouden we teveel weggeven), en al snel kwam het verlossende woord; Assendelft had ‘maar’ met 5-3 gewonnen, we waren kampioen! Promotie naar de 5e klasse was een feit.
De spelers hadden het volgende over hun partijen te zeggen:
Andre (#1 – wit):
Ik speelde met wit aan bord 1 tegen Martien Schriemer (1772). De dames werden al vroeg geruild. Na een zet of tien stond wit bevredigend met een pionnenmeerderheid op de damevleugel en het loperpaar. Ik kreeg de indruk dat mijn tegenstander wel tevreden zou zijn met remise en daarom wel stukken wilde ruilen. Dus ik verzon een valletje.

Diagram 1: Stand na 16. … g7-g5.
In deze stand speelde ik 17. Le3-d2 met de uitnodiging aan zwart om de torens te ruilen. Zonder nadenken speelde zwart 17. … Te8xe1† 19. Ta1xe1 Ta8-e8?? 20. Ld2-b4† en de koning moet de toren loslaten. Mijn tegenstander gaf meteen op. De partij duurde iets langer dan een uur.
Gijsbert (#2 – zwart):
Ik speelde met zwart tegen Bryan Stech.
Hij was invaller en had nog niet eerder meegedaan aan de externe competitie en heeft dus geen rating.
Bij spelers zonder rating is het altijd een verrassing hoe sterk ze zijn en meestal hebben ze een bijzonder verhaal.
Tijdens de analyse van onze partij die met slechts kleine voordeeltjes voor beiden in remise eindigde, vertelde hij dat hij immigrant is uit de Verenigde Staten.
Hij woont met zijn gezin sinds een paar maanden in Haarlem, vlakbij onze tegenstander HWP.
Er komen steeds meer immigranten uit de USA naar Nederland, omdat ze, net als Bryan, het leven in de USA niet meer zien zitten sinds de tweede ambtstermijn van Donald Trump.
In de partij heb ik in onderstaande stelling na 30. Df2-f1 een kans gemist op voordeel.

Ik ruilde dames en gaf daarmee het voordeeltje weg.
Gelukkig bleek mijn mogelijk extra halve punt deze keer niet nodig.
Hoewel we met 5-3 verloren, bleek later tijdens het diner bij de Italiaan,
dat onze enige concurrent met ‘ slechts 5-3 had gewonnen, waardoor we met 1 bordpunt voorsprong toch KAMPIOEN zijn.
Ook na de analyse blijft het gissen over speelsterkte van mijn tegenstander. Hij had wel een bijzonder verhaal.
Peter (#3 – wit):
Ik kreeg met de witte stukken een Pirc verdediging tegen me. Naarmate de opening vorderde, kwam ik in een soort Leeuw terecht en kwam snel minder te staan. Nadat ik veel tijd had gebruikt, lukte het me om langzaam een betere stelling op te bouwen. Op dat moment stond er nog 1 minuut op mijn klok en ik moest nog 15 zetten voor de tijdcontrole. Je voelt het al aankomen: in een chaotische stelling glipte de partij uit mijn handen en blunderde ik een toren en de partij. Ik moet zeggen dat ik nog lang goed ziek was mijn verlies.
Paulo (#4 – zwart):
Ik speelde met zwart tegen iemand tegen wie ik vorige jaar ook met zwart had gespeeld. In die instantie was het een remise. Toevallig had ik gezien welke opening hij zou gaan spelen en was daar op voorbereid. Na de opening kreeg ik een redelijk stand.

Hier heb ik net dxe4 gespeeld en op dit moment maakt hij een fout. fxe4 was de juiste zet want wit heeft meer dan genoeg compensatie voor de pion op g4. Het lijkt niet fijn maar het alternatief dat gespeeld was veel slechter en dat was: ? Nxe4
Nu Qa4 wint bijna ter plek maar ik had die niet goed berekend en ging Nxa2+ (ook een goed zet). Kb1 volgt en dit is de stelling:

Maar nu maakte ik hier een cruciale fout. Het paard moest zo snel er uit, maar ik dacht dat er een gratis tempo was en deed Nd5 om de dame te dreigen.
Wat volgt is deze positie. Na Nc5 is een van de verdedigers van het paard afgesloten en er is niets te doen om het paard te redden.

Nc5, Qc6
C3
En nu de keuze uit een menselijk perspectief is of de kwaliteit te geven of 2 pionnen voor een paard. Ik kies voor het eerste (Ne3) maar dan was het heel snel over want na Rc1 is de aanval op mijn koning te groot. Zwart wint.
Was verbazen wat in de computer kan zien is dat volgens hem, is de bovenste stelling maar en +0.2 voor wit. Want na c3, speelde hij hier Nc2!!
Qxc2, Ne3
Qd3, Nxd1
Nb3(want de dame is nu op dezelfde lijn als de batterij van zwart), Nxb2
Kxb2

En zwaard krijgt een toren en 2 pionnen voor 2 paarden
Daniël (#5 – wit):
Ik kwam in 1 van mijn favoriete openingen terecht, de Caro Kann Exchange variation met Ld3. Ik kon langzaam maar zeker een kleine plus opbouwen, met al mijn stukken die naar zijn koning waren gericht. Op een bepaald moment kreeg ik de kans om mijn toren op te offeren op e6. Mijn tegenstander wist wel alle goede verdedigende zetten te vinden, totdat hij een schaakje toeliet, waardoor ik ineens gewonnen stond. Ik wist daarna alle beste zetten te vinden, en mijn tegenstander gaf het op nadat mat onvermijdelijk was.
Matthias (#6 – zwart):
Soms zijn er van die partijen die je het liefst zo snel mogelijk wil vergeten. Dit was er weer zo eentje. Aan het einde van de opening probeer ik met d5 het centrum open te breken. Nadat hij slaat ben ik lang aan het dubben over hoe ik terug sla: met mijn pion (wat de lijn voor mijn witveldige loper opent, maar wél een geïsoleerde pion creëert) of met mijn dame (beter voor mijn pionnenstructuur, maar mijn tegenstander de mogelijk gevend om met een tempo mijn dame weg te jagen). Ik kies uiteindelijk voor het eerste, maar zie daarbij helemaal over het hoofd dat ik gewoon een loper laat hangen… (dat was niet gebeurd als ik met mijn dame had geslagen). De rest van de partij speel ik dus met een stuk minder, en al snel wordt duidelijk dat ik dit hopeloos ga verliezen. Mijn tegenstander activeert al zijn stukken, gooit de hele positie open en als mat in 3 dreigt geef ik op…
Marten (#7 – wit):
Wederom een Caro-Kann tegen me. Ging een stuk beter dan vorige keer. Wel een pion minder. Zijn pion was geïsoleerd, zodat ik dacht alle stukken er op te zetten. Dat lukt echter niet, zodat deze pion voor hem de winst bracht, langzaam terrein veroverend en uiteindelijk bijna gepromoveerd. Als laatste mogelijkheid nog een kans op eeuwig schaak, maar dat pareerde hij vakkundig. Verloren partij dus.
Rob (#8 – zwart):
Mijn tegenstander speelde d3 als eerste zet, wat te boek staat als een Mieses-opening, wat betekent dat dit erg passief is. Natuurlijk wist ik niets van deze opening af en moest op eigen gevoel afgaan. Na de dertigste zet won ik een pion. Daarna heeft mijn tegenstander wel zeker 5 keer remise aangeboden. Na de 5e keer op zet 65 nam ik zijn aanbod aan, want toen stond het ook gelijk. Nadat ik thuis de partij naspeelde bleek dat ik op zet 40 de winstzet over het hoofd heb gezien.