Overslaan naar de hoofd content

Schaakclub Santpoort

Voorafgaand aan onze uitwedstrijd tegen Purmerend 3 waren we positief en hoopvol. Tegelijkertijd met ons speelden namelijk de nummer 2 en 3 tegen elkaar, en bij puntenverlies van de nummer 2 konden wij bij winst kampioen worden. Helaas werd het een andere middag dan we ons hadden voorgesteld, en moesten we alle zeilen bijstellen om toch nog een resultaat te halen in Purmerend. Op een gegeven moment stonden we zelfs 4-1 achter, maar omdat André zijn partij mooi afmaakte en Paulo en Gijsbert een remise-eindspel wisten om te draaien naar een overwinning, konden we nog 4-4 maken. De spelers hadden het volgende te zeggen over hun partijen:


André (#1 – wit):

Ik (André) speelde met wit aan bord 1 tegen Alex Romijn (1754). Na zijn eerste zet bood hij me iets te drinken aan. Zo vroeg in de partij vind ik vervelend, want ik vind het lullig om een zet te doen en de klok van de tegenstander te laten lopen terwijl hij een drankje voor mij haalt. Temeer daar ik in de opening niet lang hoef na te denken omdat we dan nog in de openingstheorie zitten. Toen hij echter na 2 minuten nog niet terug was heb ik toch maar een zet gedaan; je weet nooit of je die tijd later nog hard nodig hebt.

Na de opening stond ik goed. Zie diagram 1. Wit heeft het centrum in handen en staat klaar om de zwarte koningsstelling onder vuur te nemen. Het paard op e7 had beter gestaan op f6. De zwarte loper op c8 heeft geen goede velden: g4, f5 en e6 zijn onbereikbaar. Terwijl de zwarte koning wel een extra verdediger kan gebruiken.

Diagram 1: stand na 13. La4-c2

Vijf zetten later moest zwart zijn eerste pion geven om niet mat te gaan. Na 13. … d6-d5 14. e4xd5 Pe7xd5 15. Pc3xd5 Dd8xd5 16. Dd1-d3 (zie diagram 2) kan zwart de matdreiging op h7 alleen nog maar opheffen met 16. … g7-g6 want 16. … f7-f5 17. Lc2-b3 kost de dame. Met 17. Le3xh6 wint wit de pion.

Diagram 2: stand na 16. Dd1-d3

Acht zetten later moest zwart weer een pion geven om mat te voorkomen. Zie diagram 3. Wit dreigt nu mat op g7. Er moet iets tussen de witte dame en veld g7 geplaatst worden maar de velden d4 en e5 worden bestreken door de witte stukken. Dus rest alleen nog 24. … f7-f6. Na 25. Dc3xf6 Dd5-d7 kan zwart nog net mat verhinderen.

Diagram 3: Stand na 24. Db4-c3

Wit staat 2 pionnen voor, dat gaat de goede kant op. Alleen het zwarte loperpaar is wat lastig. Op zet 30 overziet zwart een paardvork waardoor hij nog een pion verliest. Op zet 39 verliest zwart zijn vierde pion en geeft op. Zie diagram 4.

Diagram 4: Slotstand na 39. Tc3-c6


Gijsbert (#2 – zwart):

Toen ik na 3,5 uur geconcentreerd schaken in een lastige partij om me heen keek, zag ik een slagveld. Wat was er gebeurd? Op de dag waarop we het kampioenschap, tegen een op papier zwakkere tegenstander, konden veiligstellen, bleken we 4-1 achter te staan.
Gelukkig zag ik naast mij dat André gewonnen stond. Bij Paulo zag ik een remise pionneneindspel en mijn tegenstander stond beter. Zou dit onze eerste nederlaag van het seizoen worden?
Terwijl André ons tweede punt binnenhaalde, kreeg ik een koningsaanval te verdedigen. Paolo’s tegenstandster was welwillend en maakte een foutje Paulo. liet die kans natuurlijk niet liggen. Stand 3-4.
Mijn tegenstander miste gelukkig de winnende zet en bood op aandringen van zijn teamleider remise aan. De stelling was op dat moment volgens de computer inderdaad remise (0.0) met beiden 5 pionnen, een toren en een stuk.

Bij de 3-4 achterstand mocht ik de remise natuurlijk niet accepteren. Dat wilde ik ook niet, want voor het eerst in de partij stond ik beter (theoretisch gewonnen zelfs) en dat voelde en zag ik ook. Die kans liet ik natuurlijk niet liggen. Met de zet waarmee mijn tegenstander remise aanbood, bood hij namelijk ook torenruil aan. En daarmee resteerde een eindspel met beiden 5 pionnen met een sterk paard van mij tegen een zwakke loper.
Het was inmiddels aardig druk rond het bord en de vele toeschouwers zagen dat met de juiste eindspeltechniek de 4-4 toch nog werd bereikt. Een uitslag die lange tijd niet mogelijk leek en waarmee we de kampioenskansen in de laatste ronde behoorlijk hebben vergroot.


Peter (#3 – wit):

Peter speelde met de witte stukken een Schotse opening aan bord 3. Zijn tegenstander speelde in een razend tempo een wat afwijkende variant, die wel wat problemen opleverde voor de witspeler. Dit kwam met name tot uiting in de tijd die hij gebruikte en rond de 25ste zet stond een explosieve stelling op het bord. 
Peter, die nog een paar minuten op de klok had , moest belangrijke keuzes maken (en koos de verkeerde!). Na de eerste tijdnood fase (na 40 zetten) stond er een dame-loper (wit) tegen een dame-paard eindspel (zwart), waarbij wit een pion minder had. Toch was de stand (achteraf bezien) op dat moment nog remise. Nadat Peter opnieuw in tijdnood kwam, maakte hij te veel fouten en kreeg zijn tegenstander een vrijpion, die doorliep. Einde partij. 


Paulo (#4 – zwart):

Op bord 4 met zwart. De afgelopen partijen die ik recent heb gespeeld ging niet heel goed en dus in plaats van naar nieuwe preparatie voor mijn opening, heb ik besloten om gewoon te spelen wat ik bijna altijd speel. Op zet 5 doet mijn tegenstander iets niet heel goed en dan op zet 6 een blunder. Ik had het verkeerd berekend en gaat de partij gewoon door. Op zet 10 krijg ik een extra pion. De opening fase is voorbij en ik sta veel beter. 10 zetten later zijn we gelijk en een extra 10 en nu sta ik slechter.

Heel gelukkig maakte ze nog een blunder waar ik een extra centrale pion kreeg. Maar dat was het nog niet want ik maakte nog meerdere blunders en haar antwoord was ook blunders maken. Binnen ongeveer 10 zetten ging het spel van gewonnen, naar verloren, naar gelijk, naar verloren, naar gelijk, naar gewonnen en uiteindelijk naar een gelijk eindspel positie.

Hier maakt ze weer een blunder en 5 zetten later geef ze op.

Na de opening ben ik beter

dan wordt het gelijk:

En dan slechter:

De laatste gelijk positie:

Ke2 is de enige mogelijke zet. Mijn tegenstander kiest voor h5. Vanaf hier heb ik geen blunders gemaakt en haalde dus de hele punt voor ons

46. h5 gxh5 47. g6 Kxg6 48. Kxe4 Kf6 49. Kf4 Ke6 50. Kg5 Kd5 51. Kxh5 Kxc5 

0-1


Marten (#5 – wit):

Wederom een partij om snel te vergeten en wel om de opening en de gemiste kansen na het
middenspel. Na de eerste twee zetten van de Caro Kann dacht ik de pion op c5 te verdedigen.
Verkeerde beslissing. De jonge tegenstander drong met zijn Dame mijn stelling binnen en
veroverde de pion terug en nog twee meer. Zijn Dame neerzetten op b2 was een brug te ver. Ik
kreeg weer goed spel omdat zo’n beetje al mijn stukken ontwikkeld waren. Met een toren
drong ik in zijn stelling binnen op de zevende rijd, naar b7. Dat leek succesvol, na een toren
tegen een paard geofferd te hebben.
Zie de stelling na zwarts 22 ste zet Tf8.

In plaats Tb7 – Te7, deed ik Td7. In plaats van mat in zeven of flink materiaal winst was het direct over na Dc3 .


Matthias (#6 – zwart):

Voorafgaand aan de partij vind ik het meestal fijn om, als ik daar de tijd voor heb, nog even de rating en de uitslagen van mijn tegenstander te bekijken. Mijn tegenstander: een jonge gast met (nog) geen rating, en op één na, al zijn partijen deze competitie gewonnen. Geen idee dus waar ik me op moet voorbereiden en of ik vol op de aanval moet of juist defensief moet spelen… Mijn tegenstander speelde Engels met g3/Lg2, een systeem wat ik zelf ook heel lang heb gespeeld, ik kom dus aardig uit de opening omdat ik alle trucjes wel ken en dit sowieso een passieve opening is voor wit.

Als het middenspel net is begonnen probeer ik de druk wat op te voeren en mijn stukken naar voren te verplaatsen. Op dat moment zie ik een mooie tactiek van mijn tegenstander over het hoofd waardoor hij een kwaliteit wint en ook nog eens twee pionnen. Daarna probeer ik nog vol op de aanval te gaan om te compenseren voor mijn materiaalverlies, maar als ik dan ook nog eens mijn dame dreig te verliezen is het tijd om op te geven. Chapeau voor mijn jonge tegenstander die op deze manier een mooie startrating gaat krijgen.


Leon (#7 – wit):

Op bord 7 ging het erg vlot. Persoonlijk dacht ik de wind uit de opening mee te hebben met al snel twee pionnen meer. Alleen stond het volgens de engine nog altijd gelijk. Toen wij beide gerokeerd hadden kwam het spel meer los. Zwart blunderde een pion op h7, maar leek kort daarna te herstellen met een dubbele aanval op mijn paard en loper die beide vol in de aanval stonden op de koningszijde. Echter kon het me vrij weinig schelen. Ik bracht mijn dame erbij en welk stuk hij ook zou slaan zou uiteindelijk tot mat leiden. Dit probeerde zwart te voorkomen door zijn toren te offeren voor mijn loper. Dus uiteindelijk met 3 pionnen en een kwaliteit meer kwamen we het eindspel in. Het spel was al lang gespeeld en zwart probeerde nog te zoeken naar een oneindig schaakje, echter tevergeefs. Na afruilen te forceren kon ik mijn pion op de 8ste lijn komen waarna zwart het opgaf.


Björn (#8 = zwart):

Mijn tegenstander begon met een lijn in het Weens die er eigenlijk direct op mikte mij schaakmat te zetten, rond zet 4 probeerde hij zelfs nog aan een herdersmat te komen. Uiteindelijk kwam er een vrij drukke stelling op het bord met veel stukken in het midden, waardoor ik (helaas) uiteindelijk mat in 1 over het hoofd zag. Een vrij korte partij met erg slappe uitkomst, volgende keer beter!



Omdat we toch nog een matchpunt wisten binnen te slepen en onze grootste concurrent ook een punt verspeelde hebben we het kampioenschap de laatste ronde (uit tegen HWP Haarlem 6) nog volledig in eigen hand. Een gelijkspel volstaat al voor het kampioenschap, maar na deze bijna-zeperd in Purmerend zijn we extra op onze hoede. Wordt vervolgd…

Geef een reactie