Chess Society 1 – Santpoort 1

Onze tegenstanders gebruikten een tactische opstelling, dat wil zeggen: twee zwakkere spelers van hen worden aan de eerste twee borden gezet en de gebruikelijke borden 1 en 2 van hen namen plaats aan bord 3 en 4. Het is hun goed recht want het is niet verboden. Maar is het ook fair? Ik denk van niet. De twee eerste borden van Chess Society kwamen er niet aan te pas door het te grote krachtsverschil. Dat betekent dat vier spelers niet de schaakpartij kunnen spelen die ze van tevoren toch hopen te spelen: een spannend wedstrijd tussen twee gelijkwaardige tegenstanders. Het was niet spannend en van gelijkwaardigheid was ook geen sprake.

Ik kan maar één reden bedenken waarom clubs een dergelijke tactiek toepassen. Ze willen heel graag winnen. Dat is op zich niet verkeerd ware het niet dat je concentreert op zaken buiten het schaakbord. De tactiek van het spel wordt verplaatst naar tactiek met schuiven van de borden. Men wil dus graag winnen zonder zich te concentreren op het spel zelf. Dat kan nooit een goede promotie zijn voor het schaken: men gaat er immers niet beter door schaken.

Chess Society wilde dus heel graag winnen. Wanneer Santpoort zich van een dergelijke strategie had bediend, was het volgende scenario niet ondenkbaar. Eén week voor de aanvang belt Chess Society op met het verzoek om twee partijen vooruit te spelen. Natuurlijk zouden we dat nu niet meer doen: wij willen immers ook zo graag winnen en dat scheelt mogelijk twee punten. We weigeren dus. Dan eenmaal op de wedstrijddag zelf: zodra ons eigen team compleet is (20:05 uur), wachten we niet op
de nog ontbrekende speler van de tegenstander en eisen we dat vervolgens de klokken aangaan. Dat levert tijdwinst op en kan alleen maar in je eigen voordeel uitvallen op het eind van de avond. Doen dus.
Dit alles is volgens de regels, maar weinig clubs – godzijdank – doen dat omdat het niet fair is. Zo hadden we van een schaakavond een behoorlijk verziekte sfeer kunnen maken met een verhoogde kans op winst.

Uiteindelijk werd er ook nog geschaakt. De twee door Hans Kors en Wim Gravemaker vooruitgespeelde partijen leverden Santpoort een 1,5 -0,5 achterstand op.
Zoals gezegd: aan de eerste twee borden vond een formaliteit plaats; Peter de Roode en Xander Schouwerwou hadden weinig moeite (1,5 – 2,5).
Henk Swier kwam goed uit de opening en koos toen het verkeerde plan: hij schoof op de Koningsvleugel dicht met …f4 in plaats van daar een mooi Paard te plaatsen. Zelfs toen hij een pion verloor was er lange tijd een dynamisch evenwicht bereikt. Maar Henk was alleen maar bezig naar zijn eigen kansen te kijken (die er ondertussen niet meer waren) en had totaal geen oog voor die van de tegenstander. Toen de witte Toren met een plof op h6 insloeg werd Henk wakker, maar het was te laat, een paar zetten later moest hij teleurgesteld opgeven (2,5 – 2,5)

Martijn de Roode gaf gewoon een pion weg maar kreeg enorme compensatie. Kon daar niet goed mee overweg omdat hij voor stukkenspel koos in plaats van de dynamiek van zijn Loperpaar met pionnen te ondersteunen. Wit kwam vrij, stond een pion voor en even later totaal gewonnen. Maar dan recht Martijn zijn rug en weet nog een klein trucje erin te brengen die een kwal oplevert. Helaas voor hem was dat niet voldoende voor de winst, remise dus (3 – 3).

Ilias van der Lende speelde een gedenkwaardige partij die curiosaverzamelaar Tim Krabbé graag zou willen hebben. Ilias promoveerde twee keer en haalde twee paarden! Twee minor promoties is zeer, zeer zeldzaam. Hadden ze inderdaad het verwachte mat opgeleverd, zou Ilias eeuwige roem te wachten hebben gestaan en had zijn nageslacht door middel van de talrijke schaakboeken, Stap 7-ens, CD-ROMS en DVD’s gezien hoe hun familielid ‘een onsterfelijke combinatie’ ten tonele voerde. Helaas: de werkelijkheid was iets anders. Een verschrikkelijke fata morgana was aan de orde. Waar simpelen van ziel, zoals ik, gewoon een dame bij het promotieveld zouden neerzetten en vervolgens de felicitaties in ontvangst zouden nemen, hoorden we Ilias beleefd bij de buren vragen: “Mag ik uw paard lenen?” Of hij dat tot twee keer toe heeft gedaan, weet ik niet.
De rossen leverden echter helemaal geen mat op. Integendeel, wat resteerde was een enorme puinhoop met twee zielige paarden op a8 en b8. De stelling was nog steeds gewonnen was, maar vereiste nog één nauwkeurig moment. Dat werd niet waargenomen en toen stond ineens zwart gewonnen. Later zelfs: heel erg gewonnen. Maar behalve paarden grossiert Ilias ook in ‘engelen’. Wederom had hij er een mee genomen (op zijn schouder en onzichtbaar voor anderen). Toen hij nog twee minuten over had en met zijn twee manke paarden een vracht zwarte pionnen moest tegenhouden, die ongetwijfeld geen genoegen zouden hebben genomen met een minor promotie tot Paard, toen gebeurde het. Ilias’ engel vond het mooi geweest en besliste de partij op wrede wijze: op veld e2 liet zwart een Toren los, weliswaar met schaak, maar er was niemand van de zwarte stukken om die Toren te ondersteunen. Schakers spreken dan van ongedekt en een van blunder. Het was de laatste daad van de Toren en die van de zwartspeler. Ilias en zijn paarden konden het punt bijschrijven (3-4).

Toen was er nog één partij over: de partij van Peter Reinders. Ook hij -net zoals Martijn- moest tegen een zwaarder kaliber schaker als gevolg van de tactische opstelling. Wat voor de borden 1 en 2 voor Santpoort walk-overs waren, was dat bepaald niet het geval voor Chess Society borden 3 en 4. Peter stond lange tijd gelijk. Hij had remise in handen, maar moest vanwege galoperende paarden op een ander bord doorspelen. Daarna stond hij iets minder door een onmogelijke Loper over te houden, maar door het gesloten karakter van de stelling moest het resterende Loper-Dame eindspel remise worden. Maar objectiviteit is niet wat telt. Het gaat om de adrenaline, de koelheid en de concentratie tot aan de laatste seconde. Eén zet speelde Peter à tempo: hij haalde zijn Loper naar c2 en de zwarte Loper van b5 kwam binnen en besliste de partij. Had hij even de tijd genomen, zich gerealiseerd dat het Lopereindspel kansloos was, dan had hij met de twee of drie resterende minuten ongetwijfeld de remiseweg weten te vinden in het pionneneindspel. Nu kon hij opgeven.(4-4).

Misschien wel een terechte einduitslag. Toch blijf ik benieuwd hoe het was verlopen als iedereen achter het juiste bord had gezeten.

Geef een antwoord